De vijf joodse feestrollenAll inclusive


 

 

  

Inleidend

Dit artikel zoomt in op vijf boeken die in de prekenreeks buiten beeld blijven. Zij staan in de joodse bijbelindeling als een verzamelingetje van vijf boekjes in het derde en laatste deel van de Bijbel, de ‘geschriften’ (Chetubim).
Tenach, indeling op boekrol

Feestrollen

De boeken worden in het Jodendom feestrollen genoemd. Feestrollen omdat ze in de synagoge worden voorgelezen tijdens de grote Joodse feest- en gedenkdagen. En feestrollen omdat het oorspronkelijk ging om boekrollen: stroken papyrus of perkament die aan elkaar werden geplakt en op twee stokken werden bevestigd. Bij elk van de grote joodse feesten wordt één van de boeken voorgelezen:

  • op het Pesachfeest (Pasen; in het voorjaar) Hooglied.
  • op het Weken- of Oogstfeest (Pinksteren; vroeg in de zomer) Ruth.
  • op de Vasten- en rouwdag (in de hoogzomer) Klaagliederen.
  • op het Loofhuttenfeest (in het najaar) Prediker.
  • op het Poerimfeest (in de winter) Ester.
Juist deze specifieke plek in de liturgie en de kalender van het volk Israël geven deze boeken een eigen betekenis, die je mist wanneer je naar de ‘christelijke’ indeling van het Oude Testament kijkt. In dit artikel kom je meer te weten over die betekenis.
  

Hooglied

Het Hooglied bezingt de liefde tussen een jongen en een meisje. Dit is in de eerste plaats een concrete liefde tussen twee mensen. Ze verlangen naar elkaar, en genieten van hun liefde en de ontluikende seksualiteit. De liefde wordt in het boek bezongen als ‘sterk als de dood’, als een ‘vlammend vuur’ dat ‘zeeën niet kunnen doven’.

Op het Pesachfeest herdenken de Israëlieten de bevrijding uit Egypte. Tegen die achtergrond krijgt de liefde een nieuwe dimensie: God is als de ‘jongen’ en Zijn volk als het ‘meisje’: zij verlangen naar de liefde en een bijzondere eenheid met elkaar.

Het christelijke Paasfeest is het feest van onze bevrijding van de machten van de duivel en de dood door de Heer Jezus. In christelijk perspectief is dan ook Hij de ‘jongen’ en zijn gemeente het ‘meisje’ uit het boek Hooglied.
  

Ruth

In onze bijbelindeling is Ruth geplaatst na het boek Rechters (Richteren). Dat is omdat de geschiedenis plaatsheeft in de Richterentijd, en omdat in het boek Ruth duidelijk wordt dat God in die chaotische tijd toewerkt naar de geboorte van koning David.

In het Jodendom wordt het boek gelezen op het Pinkster- of Wekenfeest. Dat is het feest waarop het binnenhalen van de oogst wordt gevierd. Het verhaal van Ruth past daarbij: in het boek wordt Gods zorg voor Ruth en Noömi zichtbaar, juist door de overvloed aan koren die te vinden is op de akker van Boaz.

Een ander belangrijk thema in het boek Ruth is dat God niet alleen mensen uit Israël bij Zijn volk laat horen, maar ook van daarbuiten. Ruth wordt in het boek steeds ‘de Moabitische’ genoemd. Deze buitenlandse vrouw - nota bene uit het volk dat toen de aartsvijand van Israël was - wordt opgenomen in de stamboom van koning David en dus ook in die van Jezus. Dat God mensen uit alle volken kiest maakt Ruth ook een passend boek voor ‘ons’ Pinksterfeest. Voor ons is dat de ‘geboortedag van de kerk’, het moment waarop de deur naar Gods volk opengaat voor alle volken. Ook  jij en ik horen, net als Ruth, bij het ene volk van God.
  

Klaagliederen

Op de negende dag van de joodse maand Av (bij ons in juli of augustus) heeft het joodse volk de jaarlijkse vasten- en rouwdag. Op die dag wordt nog altijd de verwoesting van de tempel herdacht (de laatste tempel in Jeruzalem werd in 70 na Chr. verwoest op de negende dag van de joodse maand Av). Daarbij passen de vijf klaagzangen die samen het boek Klaagliederen vormen: zij rouwen om de val van Jeruzalem en de verwoesting van de eerste tempel in het jaar 587/6 v.Chr. De stad Jeruzalem wordt in Klaagliederen ‘Sion’ genoemd, naar de berg waarop de tempel stond.

Het boek bevat klachten, schuldbelijdenissen en hier een daar een glimpje hoop.
Op het diepst van je rouw mag je klagen, je jammerend richten tot God en voorzichtig en tegelijk gelovig uitzien naar Hem en de redding die er eens zal komen.
  

Prediker

Op het Loofhuttenfeest herdenkt Israël de reis door de woestijn van Egypte naar het beloofde land. De Joden laten tijdelijk hun huis achter zich en wonen in eenvoudige hutjes onder een bladerdak, met daarin een gat waardoor je naar de hemel kunt kijken. Zo beseffen zij weer hoe vergankelijk het leven is, en hoe zeer men afhankelijk is van God.

Dat past heel goed bij het boek Prediker, waarin de vergankelijkheid en soms ook willekeur van het leven ‘onder de zon’ in beeld komt. Prediker roept op om te genieten van het goede dat God je geeft, of het nu groot of klein is, en dat past goed bij het karakter van het Loofhuttenfeest.

Die oproep past ook goed bij ons leven, ook al kennen christenen het Loofhuttenfeest nog niet (in Zacharia 14 staat een profetie waarin wordt geprofeteerd dat eens alle volken die de HEER willen kennen het Loofhuttenfeest zullen vieren).
  

Ester

Het boek Ester speelt zich af in de Perzische tijd (5e eeuw v.Chr., dus vrij ‘laat’ in het Oude Testament, ongeveer in de tijd van Ezra/Nehemia). Ester en haar pleegvader Mordechai zijn Joden die niet zijn teruggekeerd naar Israël, maar in de ‘verstrooiing’ (diaspora) zijn gebleven.

De Perzische koning trouwt na een ‘miss-verkiezing’ met het joodse meisje Ester. Als Esters pleegvader Mordechai hoort dat de ambtenaar Haman alle Joden in het rijk wil laten uitroeien, weet hij zijn pleegdochter zover te krijgen om in actie te komen en dat te voorkomen. De geschiedenissen rond Ester zijn ook de basis van het Poerimfeest, waarin de Joden vieren dat God hen niet aan de vernietiging heeft prijsgegeven.

Het boek is actueel vanwege het antisemitisme waar het joodse volk in alle tijden mee te maken heeft.

Bijzonder aan de tekst van het boek is dat de naam van God in heel de Hebreeuwse tekst maar één keer wordt genoemd. Ook is er, behalve een vasten, op geen enkele plek sprake van een gebed tot God. Daarin ligt dan ook een belangrijke betekenis: God is aanwezig en leidt zijn volk - ook als Zijn naam niet wordt genoemd en als mensen niet tot Hem bidden. Maar die leiding is soms wel verborgen en moet door mensen zelf worden aangewezen. De lezer van het boek Ester kan dat door in de uitkomst van de koninklijke schoonheidswedstrijd en Esters entree aan het Perzische hof de hand van God te zien. Ook wij worden opgeroepen om de soms verborgen hand van God te leren zien in ons leven. Een zin als ‘Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan’ (Sela, Opwekking 770) past bij uitstek bij het boek Ester en laat zien dat dit boek ook voor ons een belangrijke boodschap heeft.