Nog nooit was ik (ds. Kees Buijs) in het dorpje Kondo Ruba' geweest. Je komt er ook niet zo gemakkelijk binnen. Het ligt niet alleen verscholen aan de voet van een berg, maar de mensen hebben ook liever niet dat je hen bezoekt. In Kondo Ruba' woont een gesloten gemeenschap van mensen die nog leven volgens de tradities van de oude godsdienst, een godsdienst van voorouderverering. En daar willen ze ook maar het liefst bij blijven. Maar dat is niet gemakkelijk.
Om hen heen zijn vrijwel alle mensen christen geworden. Bijna al hun familieleden die ergens anders zijn gaan wonen, behoren ook tot de christelijke kerk. Maar zo niet in Kondo Ruba'. Toch begrijpt het dorpshoofd heel goed dat afzondering op den duur niet vol te houden is. Hij denkt daarbij vooral aan de kinderen. Het merendeel van de mensen in het dorp heeft nog nooit onderwijs op een school ontvangen. Ze werken op hun rijstvelden en in hun tuinen. Van de opbrengst kunnen ze leven. Maar de kinderen? Wat zal er van hen worden?
Vorig jaar kwam ik langs Kondo Ruba' op weg naar een kadervorming verderop. Tussen de bomen door zag ik een bijzonder huis en ik wilde er graag van dichtbij een foto van maken. Zo is uiteindelijk de ontmoeting met het dorpshoofd tot stand gekomen.
'Help ons met een schooltje.' Samen met alle andere indrukken bleef die dringende wens naklinken. Wat is het nodig hier een helpende hand te bieden. Vrijwel alle kinderen kunnen niet lezen of schrijven. Wat zal hun toekomst inhouden?
Ook bij volgende bezoeken hebben we in Kondo Ruba' niet gepreekt. De Bijbel is niet open geweest. Daar was de tijd en de gelegenheid niet naar. Maar er is ondertussen wel een schooltje gekomen. Onderwijs voor de kleuters en ook de groepen een tot drie van de basisschool. Met enthousiasme heeft de bevolking geholpen bij de bouw. Ze hebben zelf onderwijzeressen aangewezen: twee uit Kondo Ruba' en twee uit een naburig dorp. Zo kunnen ook hier de kinderen een begin maken met hun voorbereiding op een leven dat zeker niet tot Kondo Ruba' beperkt zal blijven. Tegelijk begint nu ook in dit dorp de stem van de Heiland hoorbaar te worden via de kinderen, want twee van de vier leerkrachten zijn christen!
Weerbaarheid
Onder het motto Weerbaarheid' heeft het Reformatorisch Dagblad een actie gevoerd. Een deel van de opbrengst daarvan is bestemd voor onderwijs in het Mamasagebied. Op zichzelf is de onderwijssituatie ir Mamasa niet zo slecht. Niet in alle dorpen staat een basisschool, maar het merendeel van de kinderen kan ernaar toe, dichtbij of wat verder weg. Wél bestaat grote behoefte aan wat wij vroeger de kleuterschool noemden. Deze behoefte heeft vooral te maken met godsdienstige motieven. In Indonesië vormt de christelijke kerk een minderheid. Hoewel in Mamasa de meerderheid van de mensen tot de kerk behoort, begint men ook hier de druk van de islam steeds meer te voelen. Veel ouders zijn ervan overtuigd dat de kleine kinderen al voorbereid moeten worden op een leven waarin zij die druk zullen ervaren. Zij willen hun graag een christelijke opvoeding geven en daarbij hoort ook de kleuterschool. Al vroeg moeten de kinderen, samen met anderen, leren leven vanuit de boodschap van de Bijbel.
Taman kanak-kanak
Ouders zijn begonnen hun kinderen samen te brengen, soms in een bamboehut, soms in de kerk of thuis. Ze hebben zelf vrijwilligers gevonden om elke dag een paar uur bij de kinderen te zijn: om te zingen en te spelen en samen te luisteren naar verhalen uit de Bijbel.
Het gaat er nog niet toe zoals op een echte school. Ze noemen het 'taman kanak-kanak', dat wil zeggen: tuin voor de kleuters. Maar zo'n pre-school heeft wel grote betekenis voor heel het leven van de kinderen. Ze leren er veel. Ook een beetje lezen en schrijven, maar dat is nu nog niet het belangrijkste. Hier wordt een grondslag gelegd van weerbaarheid. Spelend en vertellend. Die basis zal nooit weggenomen kunnen worden.
Na de kleutertuin
In afgelegen gebieden kijken we niet alleen naar de behoefte aan 'taman kanak-kanak'. Soms is er in het geheel geen onderwijsmogelijkheid in de buurt. Ook dan is voor ons bepalend of de ouders zelf al begonnen zijn.
Het heeft weinig zin te helpen met een gebouw als de ouders niet meewerken door hun kinderen naar school te sturen en ook zelf te zorgen voor vrijwilligers die onderwijs kunnen en willen geven. Maar als de ouders wel actief zijn, dan willen wij hen graag helpen. Zoals in Salu Bulo waar vorig jaar een gebouwtje met drie lokalen is neergezet. En in Talambai, waar het schooltje veel te klein was geworden. Ook in het zendingsgebied van de Mamasakerk, in Bunggu. Enkele jaren geleden kon hier nog vrijwel niemand lezen en schrijven. Dit jaar zijn de scholen het vierde leerjaar ingegaan. En de laatste berichten zijn dat de overheid nu, eindelijk, ook aandacht gaat krijgen voor behoeften van de mensen in Bunggu.
Organisatie
Meer dan twintig schooltjes zijn nu al gebouwd en er staan er nog meer op de wachtlijst. Zo'n onderneming vergt een goede organisatie en leiding. We hebben twee mannen gevonden die dit werk nauwgezet en met veel toewijding hebben opgepakt: ds. Demas Ake en bapak Dominggus. Zij onderzoeken of de motivatie van de ouders al geleid heeft tot het begin van klasjes voor hun kinderen. Als dat zo is, dan organiseren zij bijeenkomsten waar vertegenwoordigers uit verschillende dorpen waar een schooltje moet komen, instructie krijgen. Zo nodig wordt ook een timmercursus gegeven en geleerd hoe cement gebruikt moet worden.
Daarna begint de bouw. Dat gebeurt overal in drie fasen. Na elke fase wordt gekeken of alles volgens plan verloopt, tot het gebouw klaar is. Het blijkt dat de mensen blij zijn met deze strakke aanpak. Ze weten precies wat ze mogen verwachten en werken zelf mee om het doel te bereiken: onderwijs voor hun kinderen.
Training en bijscholing
Vorig jaar heeft een groep jongeren uit Veenendaal op enthousiaste wijze een workshop gehouden voor meer dan tachtig vrijwilligers die lesgeven op schooltjes in heel het gebied.
Dat willen we graag herhalen. In januari volgend jaar zal opnieuw een bijeenkomst gehouden worden die enkele dagen zal duren. Dan zal met elkaar geoefend worden in het werken met kinderen, waarbij allerlei materialen gebruikt zullen worden. Veel dorpen liggen erg geïsoleerd. Van ontmoeting en training zal zeker een belangrijke stimulans uitgaan om door te gaan met de bijzondere aandacht voor kinderen.
Daarbij gaat het niet alleen om hun kennis van liedjes en verhalen, maar vooral om die weerbaarheid, die voortkomt uit het luisteren naar de woorden van God: geloof, hoop en liefde, van jongs af aan.
Kees Buijs, zendingswerker in Indonesië en KwaNdebele